vrijdag 8 maart 2013

Kom mee.

Onlangs schreef Mieke van Eck in haar column in het Brabants Dagblad dat ze 'De bijbel voor ongelovigen' van Guus Kuijer heel bijzonder vindt, en om de lezer uit te nodigen mee te denken hierover kwam de uitnodiging: "Lees even mee", en dan volgde een stuk tekst uit het boek.
Daar moest ik aan denken bij het boek Euforie omdat de schrijver verspreid door het hele boek maar in totaal toch zeker op 14 momenten zich ook direct tot de lezer richt met de woorden: "Kom mee."
Het dan net of je aangespoord wordt om toch verder weer mee het boek in te duiken, al verwacht je daarna iets bijzonders, wat niet altijd het geval is en vandaar dat ik ze daarom eigenlijk wat overbodig vind.
Denkt u er anders over?
Laat het weten, kom mee(doen)!

3 opmerkingen:

  1. Hallo Christ, deze tekst is inderdaad opvallend! Grappig die link met Guus Kuijer (ook gast op TiLT overigens)Ik denk er anders over: na de tekst 'kom mee' sleept Weijts mij als lezer helemaal mee in zijn verhaal. Je staat echt naast de personages, net als bij een close-up in een film.

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Voor mij wekte het inderdaad iets van alertheid op als het er staat, en dat 'werkte' wel. Tegelijkertijd viel het mij ook op dat het wel erg vaak werd gebruikt, vooral in het begin meen ik. En niet altijd even toepasselijk, of 'werkzaam' en soms zelfs een tikje vervelend, 'daar komt ie weer'... Dus, kom mee, wat mij betreft wellicht iets gedoseerder. Maar ik kan me ook voorstellen, dat als het als schrijver goed voelt om het op een bepaald moment te schijven, dat het dan ook 'goed' is.

    BeantwoordenVerwijderen
  3. Als je als lezer aangesproken wordt, ervaar ik dat als een variatie op het ik-perspectief. Dat vind ik een erg onbetrouwbaar perspectief! Een 'ik' en dus ook een 'jij' kan je alles wijsmaken.
    Terwijl ik er van uit wil gaan dat een vertelperspectief in de derde persoon 'de' waarheid omvat. Het is een alwetende verteller immers.
    Nu moet ik zeggen dat het in dit boek niet zo overkomt. De derde persoon lijkt een 'ik', althans in het heden-deel. En dan krijg ik het gevoel dat de schrijver zelf even inbreekt: hij spreekt niet de lezer aan, maar Vermeer.

    BeantwoordenVerwijderen