zaterdag 23 maart 2013

Mijn gedachten bij het lezen van Euforie.

Ik heb dit boek met veel plezier gelezen, niet in de laatste plaats omdat ik zelf ben geboren en getogen in Den Haag. Aan de Frankenslag wel te verstaan, op loopafstand van de Fred.  Het is geen boek met heel veel diepgang of gelaagdheid, het is wel een vlot te lezen verhaal. De dissertaties over architectuur geven een leuk extraatje.
Het gehele verhaal beleef je als lezer door de ogen van de hoofdpersoon, Johannes Vermeer. Johannes treft mij als een uitermate introverte persoon. Hij is erg benauwd voor wat anderen van hem vinden en durft zich niet bloot te geven. Hierdoor heeft hij moeite diepgaand contact op te bouwen met anderen. Dit verklaart ook zijn gedrag wat je in veel gevallen laf zou kunnen noemen.
Door de opzet van het boek krijgen we een diepgaand uitgewerkt beeld van de persoon van Johannes Vermeer in tegenstelling tot de overige personages, die verder vrij oppervlakkig worden neergezet. Dat komt ook omdat Johannes zelf weinig interesse heeft voor wat anderen beweegt. Hij is meer een observator die de wereld om zich heen als het ware van een afstand bekijkt. Hij kijkt naar hoe mensen zich ten opzicht van elkaar bewegen. Hij wil zich niet mengen in waar anderen mee bezig zijn.
Dit introverte observerende karakter komt in de verschillende verhaallijnen duidelijk naar voren.
In zijn jeugd, als hij geobsedeerd raakt van het persoontje van Isa Verstuijven, maar gechoqueerd raakt als zij hem deelgenoot maakt van haar intiemste gedachten. Hij kan daar klaarblijkelijk niet mee omgaan. In zijn latere leven, als zijn huwelijk uit elkaar valt zonder dat hij het zelf doorheeft. En in zijn werk, als zijn zakenpartner verwikkeld raakt in een web van fraude. Hij krijgt voldoende aanwijzingen, maar hij sluit er zijn ogen voor… tot het te laat is en alles in elkaar stort.

Euforie of niet.

Dit boek heeft een pakkend begin. Het maakte mij nieuwsgierig. Het is geheel geschreven vanuit het perfectief van Johannes Vermeer, de hoofdpersoon. Hij is zoekende en niet erg zelfverzekerd, zowel in zijn jeugd, als partner en als architect. Hij heeft bepaalde dromen, maar die vindt hij moeilijk te verwezenlijken. Er zijn twee verhaallijnen, zijn jeugd en het nu. Beide verhaallijnen zijn interessant en worden regelmatig afgewisseld wat het boeiend maakt. Ik wilde graag weten hoe het verder ging in zijn jeugd en in het nu. Ik leefde mee met de hoofdpersoon van het begin tot aan het eind. Ook de combinatie van fictie en non-fictie is interessant.  Een boeiend boek.

vrijdag 22 maart 2013

Blog

Geen idee wat ik moet schrijven. Praten is mijn vak endoe ik graag. Zie jullie zaterdag!

donderdag 21 maart 2013

vragen

Antwoorden op de vragen van Christiaan Weijts;
gewone lezer
tja, ik ben een gewone lezer, ik wil worden meegenomen.
Als ik jouw ideeen over vernieuwingen lees, herken ik een en ander wel, en dat voegt wel toe aan het geheel. Maar ik heb geen literatuur gestudeerd, en ik bekijk boeken ook niet zo, vanuit mezelf.

personage
mij intrigeert Isa het meeste
Ze blijft eigenlijk heel vaag, je weet totaal niet of zij al tiener met Johan speelde of hem als fijne kameraad  zag. Ook later komt alleen haar uiterlijk aan bod.
De eerste ontmoeting met Isa (nou ja, achteraf was ze het niet) vond ik wel heel mooi beschreven, dat raakte me;
" ik ken haar maar..... ze kijkt nog een keer om, Isa."
Groetjes tot zaterdag
Loes

zondag 17 maart 2013

die pleerol (p.7)

En we gaan even verder: tyfusramen (p.7) - ach, zeik niet - takkentram - (p.8) - pishokken (p.9) - verdomme ..hufter, ik loop je hier niet voor jan lul te redden (p.16) - die vadzige spekhond (p.27) - varkensreet (p.35) - trut van een klantenservice (p.37) - veenteef (p.39) - (Celine als studente was al) een ongelooflijk lekker wijf (p.40) - spuitpoep (p.54) - enz. enz., ik zou zo nog wel even kunnen doorgaan.
Eigenlijk best een nogal grof taalgebruik en dat in die hoofdstukken zonder romeinse cijfers, en het gaat naar mijn mening soms wel erg ver, zoals:  De privacy om je zaad over het beeldscherm te spuiten terwijl ze (=Celine) daar staat te glimlachen. (p.229)
Natuurlijk is het bovenstaande wat uit het verband gerukt, maar gezien de breedvoerige maatschappelijke en architectonische beschouwingen die er tegenover staan vermoed ik toch wat schizofrene trekjes bij Johannes Vermeer.

Twee vragen 2) Vernieuwing van de roman

2) N.a.v. de Wanda Reisel-opmerking. Ik zat deze week met Wanda R in een panel waarin het ging over de toekomst van de roman (Oek de Jong had daar een praatje over). Mijn stelling toen was dat je als schrijver toch ook altijd probeert het genre van de roman zélf verder te helpen, de kunstvorm verder te ontwikkelen. Zoals Flaubert voor 't eerst alleen maar via de personages sprak (vrije indirect rede is door hem uitgevonden in Mme Bovary), en zoals Joyce nog verder ging door een microfoon in het hoofd van zijn personages te hangen, en zoals Houllebecq ineens het sociologische essay aan de roman toevoegde.
Mijn vraag: zijn jullie als 'gewone lezers' (zeg ik nu maar even) ook op zoek naar zulke vernieuwingen? Waar zie je die (in de Nederlandse literatuur)? En zie je ze ook in Euforie? Of is dit een onderwerp waar lezers in het geheel niet mee bezig zijn, en willen ze zich 'gewoon' kunnen verliezen in een verhaal?

Twee vragen: 1) personages

Beste Leesclublezers,

We zien elkaar volgende week, en in de aanloop daar naartoe alvast twee vragen, waar ik zelf benieuwd naar ben. Ik verdeel ze even over twee aparte blogberichten. Jullie kunnen erop reageren.

1) Welk personage heeft de meeste indruk gemaakt (in positieve of negatieve zin), en hoe komt dit? Is dit door het karakter, de manier waarop het personage beschreven is / vorm krijgt, of hoe het tegenover een ander personage staat.